22 september

Schriftlezing: 1 Samuël 17: 31-58

Gemeente!

Een goed verhaal. Dat is dit jaar het thema van de startzondag. Een goed verhaal doet iets met je. Het was mooi om daarnet te horen hoeveel verschillende verhalen voor mensen van betekenis kunnen zijn. Het toont maar weer eens aan dat wij leven van verhalen. De vluchtigheid en oppervlakkigheid van het moderne leven lijken slechts te vragen om simpele oneliners en korte statements, zo vroeg een niet kerkelijke vriend mij eens om een A4tje waarop ik duidelijk maakte hoe je kon leren geloven, maar wie op zoek is naar wat meer diepte in zijn of haar bestaan kan niet zonder verhalen die deze zoektocht een bedding helpen geven. Verhalen roepen namelijk een werkelijkheid op, waarin mensen hun eigen werkelijkheid kunnen herkennen. Verhalen roepen iets op dat diepere lagen raakt, diepere verbanden in het leven blootlegt. Zodoende bieden ze een mogelijkheid tot identificatie en dienen ze de geestelijke groei van mensen. De beelden die het verhaal oproept, nodigen uit tot reflectie over wie wij zijn en wie wij kunnen worden. Daarom kennen alle grote godsdiensten hun verhalen, waarin de wijsheid die generaties voor ons hebben opgedaan in hun omgang met het levensgeheim, verborgen ligt en vraagt om te worden opgedolven.

Verhalen helpen ons om onze ogen te openen voor onze eigen diepte en de diepte van de werkelijkheid en brengen ons in contact met het mysterie dat ons omgeeft én waar wij deel van uitmaken. Ook al vinden sommigen dat de tijd van de grote verhalen voorbij is, de kerk blijft gewoon haar verhalen vertellen. Omdat een mens er niet zónder kan. Zo lezen wij vandaag dat prachtige verhaal over David en Goliath. Een verhaal dat ons aan het verstand wil brengen dat vertrouwen op God, hoe de omstandigheden ook zijn, te verkiezen is bóven het vertrouwen op macht en geweld. Maar in de taal van het verhaal, met de beelden die dat met zich meebrengt, is die boodschap natuurlijk veel aansprekender dan dat het ons uitsluitend als een geloofsregel wordt voorgehouden. Een prachtig en zeer tot de verbeelding sprekend verhaal is het, maar wie het wat nauwkeuriger bestudeert ontkomt niet aan de conclusie dat de boodschap ervan belangrijker is dan de historiciteit. Iets wat in bijbelverhalen wel vaker het geval is. Het lijkt er namelijk op dat Saul niet goed weet wie David is, hetgeen na zijn hieraan voorafgaande muzikale interventies in het paleis zeer onwaarschijnlijk is. En bovendien komen wij de reus Goliath een aantal hoofdstukken verder opnieuw tegen; dan wordt hij verslagen door een zekere Elhanan. Een beetje onlogisch, als hij hier in dit hoofdstuk al door David zou zijn uitgeschakeld… Kortom: wij mogen aannemen dat het verhaal een legende is, die in later tijden aan David werd toegeschreven. Zo zóu David gehandeld kunnen hebben. Zoals ook sommige psalmen later aan David werden toegeschreven: zo zóu David geschreven kunnen hebben.

Maar hoe dan ook: naar zijn thematiek past het verhaal uitstekend in de problematiek en verkondiging van het boek 1 Samuël als geheel. De steeds weer op de loer liggende Filistijnen binden opnieuw de strijd aan met de Israëlieten. In de figuur van de kampvechter Goliath wordt hun overmacht uitgebeeld. De reus ziet er gevaarlijk en onoverwinnelijk uit. Al brallend drijft hij de spot met de Israëlieten en met hun God. Dan is het de Geest van God die David vervult en hij zegt: ‘ik zal met hem het gevecht aangaan’. Eerst proberen Saul en zijn broers hem nog tegen te houden, maar David laat zich niet weerhouden. Hij wijst op zijn herderservaring: ‘wanneer er een leeuw of een beer kwam om een schaap of een geit uit de kudde te stelen, dan ging ik erachteraan, overmeesterde hem en redde het dier uit zijn muil’. Wie een leeuw of beer verslagen heeft, kan ook deze bruut te lijf.

Aarzelend laat Saul zich overtuigen. Maar wel geeft hij David zijn eigen pantser, om zich daarmee te kunnen beschermen tegenover Goliath. Maar in dat pantser kan David niet lopen. Het past niet bij hem om zich op die wijze tegen het gevaar te pantseren. Hij treedt het met open vizier tegemoet. David gaat zoals hij is. Hij verlaat zich meer op zijn tegenwoordigheid van geest, zijn list en zijn handigheid. Daarom treedt hij de reus niet gepantserd tegemoet, maar met een stok, een herderstas, een slinger en vijf gladde slingerstenen, opgevist uit de beek. En als de Filistijn hem ziet komen, dan roept hij: ‘ben ik soms een hond, dat je met een stok op me af komt? Kom maar eens hier, dan maak ik jou tot aas voor de gieren en de hyena’s’. En ook David spreekt een paar woorden: ‘jij daagt mij uit met je zwaard en je kromzwaard, maar ik daag jou uit in de naam van de Heer van de hemelse machten, die jij hebt beschimpt’.

Dát is Davids wapen: Gods naam, zijn daadwerkelijke tegenwoordigheid. Als mensen wérkelijk geloven dat God bij hen is, dan zijn zij tot dingen in staat die de macht van wie zich machtig wanen doet bezwijken. ‘Een vaste burcht is onze God, een wal die ’t kwaad zal keren’, dichtte Luther in zijn tijd. Het gaf hem kracht om zijn tegenstanders te kunnen weerstaan en vast te houden aan de inzichten die hij had opgedaan. En Paulus schreef aan de Efeziërs: ‘houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven’. Een geestelijke wapenrusting is het, een innerlijke kracht, die bergen doet verzetten en mensen onoverwinnelijk maakt in hun strijd vóór het goede en tégen alles wat het leven verziekt en kapot maakt.

David slingert een steen en treft de Filistijn in het voorhoofd, zodat hij valt. Dan rent David op Goliath toe, trekt zijn zwaard uit de schede en slaat hem er het hoofd mee af. Goliath wordt gedood met zijn eigen zwaard. Hier wordt letterlijk waar, wat Jezus later zal zeggen: ‘allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen…’ David doodt Goliath. Het is geen daad uit eigen kracht, maar een teken van Gods macht. De macht van het kleine, die andere wapens hanteert dan de brute kracht van wie zich in hun macht verschansen. Maar het is deze macht, die uiteindelijk overwint. ‘Niet door kracht noch door geweld, maar door mijn Geest’, luidt het profetisch woord. Het zijn kiezelsteentjes, die de macht aan het wankelen kunnen brengen. Er is de pen van een schrijver, het ijverige speurwerk van journalisten, de stem van enkelingen die de waarheid aan het licht kunnen brengen en snode plannen kunnen verijdelen. Het heeft alles te maken met dit getuigenis van ‘weerloze overmacht’, dat zich in ‘geweldloze weerbaarheid’ baan breekt.

Een voorbeeldig verhaal over een voorbeeldig en koninklijk mens is het, dat laat zien wat de kracht van het geloof kan uitwerken in een mens die daarvoor openstaat. Wie op God vertrouwt, wordt nooit beschaamd. En als verhaal vertelt het meer dan wanneer het ons alleen als een wet of voorschrift zou worden voorgehouden. Zo mogen wij ons in dit nieuwe seizoen weer laven aan die schat aan verhalen die de geloofstraditie voor ons bewaart. Om ze te horen, om ze door te geven, om ze te leven.

Amen.


Inloggen

Login met uw gebruikersnaam en wachtwoord.
Nog geen account? Klik op registreer.

Copyright © 2019 PKN Anloo - Zuidlaren