15 september

Schriftlezing: 1 Samuël 16

Gemeente!

Dit najaar lezen wij op de zondagen die geen bijzondere bestemming hebben gekregen uit de verhalen over David, de herdersjongen die koning werd. Maar om die verhalen goed te kunnen begrijpen, moeten wij eerst even terug in de tijd. Want het verhaal van David kent geen blanco start. Goed beschouwd begint het midden in een ander verhaal. En dat is iets wat eigenlijk álle verhalen doen. In zekere zin zijn wij nooit helemaal een ‘onbeschreven bladzijde’, maar maken wij deel uit van een ‘verzameld werk’. Op de titelbladzijde van Davids leven zitten de vlekken en krassen die Saul als koning vóór hem gemaakt heeft. En David moet nu iets gaan dóen met al die vlekken en krassen die zijn voorganger gemaakt heeft. Zoals ook onze levens zich verbinden met de grandeur en misère van ons voorgeslacht, en zoals óns nageslacht zich ook weer verbonden mag weten met datgene waarin wij groot waren maar evenzeer met datgene waarin wij onder de maat zijn gebleven. Ieder mensenleven maakt deel uit van een verzameld werk. Dat mag een mens behoeden voor de arrogantie alsof jij alle fouten van het voorgeslacht weleens even recht zult zetten. Want dat gaat je niet lukken. Ook jij zult geen schone handen houden. En ook jouw daden zullen niet alleen opbouwend zijn, maar ook afbrekend – ook als dat in alle oprechtheid niet je bedoeling is. Maar zo is het leven nu eenmaal. En zo mag het leven geleefd worden voor Gods aangezicht. Het is heel bevrijdend dat in de bijbel een mens getekend wordt naar zijn grootheid, maar ook naar zijn kleinheid en dat mislukkingen niet hoeven te worden verbloemd. Het mag er allemaal zijn voor Gods aangezicht. Maar dwars door al dat menselijk al te menselijke heen wordt ook een weg uitgezet waarlangs het leven geleefd zou moeten worden, omdat alleen langs die weg iedereen, inclusief jijzelf, tot zijn ware bestemming kan komen. Dat is het mooie van de bijbel: er wordt ons een moraal geboden zonder in eng moralisme te vervallen...

Zo begint het verhaal van David dus midden in een ander verhaal. Uiteindelijk had Samuël, de profeet, op verzoek van de Israëlieten Saul tot eerste koning over het land gezalfd. Maar dat ging niet van harte. Als bewaarder van de godsdienstige traditie van zijn volk was hij ervan overtuigd dat God alle macht heeft en dat menselijk leiderschap daarom slechts bestond in het dienen en hoeden van zijn schepselen. Vanuit dat besef had hij zelf al die jaren het volk geleid. Maar deze vorm van leiding geven sprak kennelijk niet meer aan bij het volk. De Israëlieten moesten en zouden een koning hebben, net als de volken om hen heen. En zo werd Saul tot koning gezalfd. De ‘gevráágde’ betekent zijn naam veelzeggend. Hij is niet zozeer van God gegeven, maar door het volk gevraagd. Zijn optreden is niet het resultaat van een gelovig vertrouwen, maar van een ongelovig wantrouwen van de situatie van dat moment. En na verloop van tijd gebeurt precies wat Samuël vreesde. Zolang Saul nog luisterde naar de profeet, als vertolker van de stem van God, zolang kende hij zijn grenzen en was er niets aan de hand. Maar eenmaal koning geworden begint hij direct eigenmachtig op te treden en lapt hij alle waarschuwingen en adviezen van de profeet aan zijn laars. Hij zal zelf wel uitmaken hoe hij leiding moet geven aan het volk. Hij is immers koning.

‘Macht corrumpeert’, zeggen ze weleens, en: ‘je moet stevig in je schoenen staan om niet te bezwijken voor de verleiding van de macht’. En Saul is daar een sprekend voorbeeld van. Hij regeert niet bij de gratie Góds – nee, steeds meer doet hij het voorkomen alsof hij zélf heer en meester is over Israël. En waar een mens vergeet dat alles in het leven – óók de macht die je meent te bezitten – waar een mens vergeet dat álles in het leven je geschonken wordt, ‘genade’ is, daar gaat het mis. Daar overstijgt een mens zijn grenzen. Dan gaat een mens naast zijn schoenen lopen en met het hoofd in de wolken. En dat kan lang goed gaan, maar uiteindelijk houd je dat niet vol. Zo wordt van Saul gezegd dat ‘de Geest van de Heer’ hem had verlaten en dat een ‘kwade geest’ hem kwelde. Je zou kunnen zeggen: het is hem gewoon teveel geworden. Hij kan de verantwoordelijkheid alléén niet meer dragen, maar koppig als hij is weigert hij zijn verantwoordelijkheid te delen met de Eeuwige. Die zou hem de kracht kunnen geven die hij nodig heeft, maar dan moet hij wel ophouden te leven in de overtuiging dat hij alles op eigen kracht moet doen. Sauls ‘burn out’ – om het zo eens te zeggen – is te wijten aan de koppigheid waarmee hij zichzelf staande wil houden, de gulzigheid waarmee hij alles naar zichzelf toetrekt en niet rekent met wat God in zijn leven kan betekenen.

Daarom wordt Samuël er op uit gestuurd om een nieuwe koning voor de Israëlieten te zoeken, want met Saul wordt het niet meer wat. Dat is duidelijk. En dan horen we dat prachtige verhaal over de jongste zoon van Isaï die door de profeet tot koning wordt gezalfd. Eerst had Isaï vol trots zijn zeven oudste zonen aan Samuël voorgesteld – stoere jongens, ferme knapen, koninklijk van gestalte. Waardige opvolgers van Saul, zou je denken. Maar ondanks hun imponerende buitenkant: ze wáren het net niet. En dan komt ineens de jongste in beeld, door zijn vader afgedaan als ‘het kleintje’, ‘haqqaton’ in het Hebreeuws: de jongste. Zijn náám wordt niet eens genoemd. Eigenlijk mág hij geen naam hebben, lijkt het. Maar uitgerekend dit kleine onbetekenende broertje blijkt een koning in de dop te zijn. Als hij verschijnt, verneemt Samuël een influistering die hem doet beseffen dat dit degene is die hij in Gods naam tot koning mag gaan zalven.

Ook hier gaat Gods verkiezing de weg van het onverwachte. Dat was al vaker voorgekomen in de geschiedenis die God met Israël schrijft. Zoals in Genesis niet de stoere Ezau maar de meer fijnbesnaarde Jakob wordt uitgekozen, zo is het hier David, de kleinste, die door God wordt uitgekozen om een speciale rol te vervullen in zijn geschiedenis met de mensen. Ook al wordt van hem gezegd dat hij ‘rossig’ is, mooie ogen heeft en er goed uitziet, de essentie van het verhaal is toch dat God de geringe verkiest, degene die menselijkerwijs over het hoofd wordt gezien, omdat de geringe het niet van uiterlijk vertoon moet hebben en daardoor meer invoelend is en gericht op wie aandacht en zorg nodig hebben. Dat is de lijn die God gekozen heeft om de wereld menselijker en liefdevoller te maken, de kern van het messiaanse denken. En zo blijft het tot in de stal van Betlehem. De laatsten worden de eersten.

Zo werd David gekozen tot koning over Israël. Niet om wat ‘men’ in hem zag. Zijn vader, zijn broers, zelfs Samuël zagen hem in eerste instantie gewoon over het hoofd. Zijn vader liet na hem aan Samuël voor te stellen, voor zijn broers bestond hij nauwelijks en als je naar zijn genealogie kijkt, blijkt er ook nog ‘verkeerd’ bloed in zijn stamboom voor te komen, gehaat en veracht moabitisch bloed. Maar God kijkt met andere ogen dan waarmee ‘men’ elkaar bekijkt en de maat neemt. David was in eerste instantie een mens die er niet echt toe deed. Maar voor Gód speelt hij straks de hoofdrol in zijn verhaal met de mensen. In zijn verkiezing mogen al die ‘gewone’ mensen, allen die niet gezien worden, allen die het aan sociale status of aan erkenning in hun naaste omgeving ontbreekt, weten dat zij voor God belangrijk zijn – dat hun leven ertoe doet, méér dan zij zelf denken of beseffen.

David wordt tot koning gezalfd. Maar vóór hij daadwerkelijk koning zal zijn, moet er nog wel het een en ander gebeuren. Er volgen nog heel wat hoogte- en dieptepunten voordat hij daadwerkelijk koning zal zijn. Zijn eerste taak als koning is nota bene de dienst aan zijn niet functionerende voorganger. Nederiger begin is haast niet denkbaar… Toch is voor David dienen niet het tegenovergestelde van koning zijn, maar eerder een uitbeelding van de juiste gezindheid die bij regeren hoort. Zoals later Jezus van zichzelf zal zeggen dat hij de grootste is die ieders dienaar is. De eerste taak die David wacht, is de dienst aan zijn voorganger, ook al is zijn rol eigenlijk al uitgespeeld. Dienaren van Saul hadden gehoord dat de jongste zoon van Isaï mooi op de harp kon spelen en vroegen hem om aan het hof te komen. Misschien dat de depressies van de koning door zijn snarenspel zouden verdwijnen. Zo verscheen David ten paleize om te pogen de warboel in Sauls hoofd te genezen door het ritme en de harmonie van de muziek. Muziek is immers een gave van God, die orde kan scheppen in de chaos van het leven.  

En Davids komst blijkt de gewenste uitwerking te hebben. Zijn muziek verjaagt de boze geest die Saul in zijn greep heeft. En vanaf dit moment zullen hun levens met elkaar verbonden zijn. Lang niet altijd van harte, zeker niet waar het Saul betreft, maar ze zullen elkaar niet meer uit het oog verliezen. Saul kan zijn schaduw, zijn ‘tegenpool’ niet ontlopen. Op een haast mysterieuze wijze zullen ze elkaar in het vervolg steeds weer tegenkomen. ‘Alsof de duvel ermee speelt’, zeg je dan wel eens. Maar hier is het Gód die hun beider levens met elkaar verbindt. En hoewel Saul steeds weer bang is dat David hem voortijdig van zijn plaats zal stoten, weet David elke keer weer de verleiding te weerstaan om zijn kans te grijpen. Zijn dag zal komen. God weet wanneer. Dat weet hij zeker. En vanuit dat vaste vertrouwen is hij in staat de koning te troosten en de chaos in zijn hoofd tot rust te brengen. In die zin is hij het prototype van de Messias, de ware gezalfde, die laat zien hoe mensen werkelijk ‘koninklijk’ en als ‘koningskinderen’ kunnen leven. Wij kijken met belangstelling uit naar hoe hij zich de komende tijd zal ontwikkelen en gaandeweg toegroeit naar de messiaanse rol die hem is toebedeeld.

Amen.


Inloggen

Login met uw gebruikersnaam en wachtwoord.
Nog geen account? Klik op registreer.

Copyright © 2019 PKN Anloo - Zuidlaren