• Start
  • Preken
  • Dorpskerk - ds R.J. ten Have

3 mei

Schriftlezingen: Exodus 17: 8-16 en 1 Petrus 2: 1-10

Gemeente!
En toen kwam Amalek en bond de strijd aan met Israël. Het houdt maar niet op. Ben je net bevrijd uit Egypte en denk je het beloofde land voor je te hebben, dan blijk je in werkelijkheid steeds verder van huis te raken. Want laten we maar eerlijk zijn: het zit de Israëlieten niet mee. Hun geloof in het welslagen van die hele tocht naar de vrijheid wordt voortdurend op de proef gesteld. Ze waren nog maar net uit Egypte vertrokken, of ze stuitten alweer op het water van de Schelfzee dat hun de doortocht belemmerde. En al werd hun dan een weg gewezen door het water heen, eenmaal aan de overkant beland bleek het droge waarop ze voet aan wal zetten het begin te zijn van een lange tocht door de woestijn. En je kunt je heel goed voorstellen dat de woede van de Israëlieten zich gaat richten tegen degene die hen heeft aangespoord om het land van de angst en de onvrijheid achter zich te laten. Mozes komt zwaar onder vuur te liggen. Maar niet alleen hij. Ook God krijgt ervan langs. Want als het waar is dat Mozes in zijn opdracht handelt, dan is óók God ervoor verantwoordelijk dat ze in dit niemandsland zijn terechtgekomen. Steeds opnieuw is er een teken van omhoog nodig waaraan zij het vertrouwen kunnen ontlenen dat hun Bewaarder sluimert noch slaapt. Zo vinden zij op een ochtend het manna, neergedaald uit de hemel, leeftocht voor onderweg en genoeg voor elke dag. En zo vinden zij in het hart van de woestijn het water uit de rots, waardoor zij niet van dorst hoeven om te komen. Kleine tekenen van hoop zijn het, knipoogjes van God in een verder godvergeten en hopeloze situatie. Hij-die-er-zijn-zou is er wel, alleen wat minder spectaculair en vooral anders dan zij misschien hadden gehoopt. Zoals Gods aanwezigheid in ons leven zo vaak meer iets is dat zich in stilte op de achtergrond afspeelt dan dat Hij zich luid en duidelijk aan ons manifesteert. Maar ook is duidelijk geworden dat Hij zich niet laat verleiden om zijn volk terug te laten gaan naar Egypte. Ze zullen door de woestijn heen moeten. Dat is de enige weg om straks gelouterd en gerijpt als vrije mensen te kunnen leven in het land van belofte.

En toen kwam Amalek en bond met hen de strijd aan, gaat het verhaal verder. Opnieuw valt het duister als een vangnet over de Israëlieten heen. Amalek, dat is de vijand bij uitstek. Op het kritieke moment duikt hij steeds weer uit het niets op. En hij valt altijd van achteren aan. En dat is het toppunt van lafhartigheid, want daar lopen de ouderen, de zwakken, de zieken, allen die vermoeid en belast zijn en niet zo goed mee kunnen komen. Amalek is hét symbool geworden van wat wij hebben leren kennen onder de verzamelnaam ‘fascisme’: de vernietigingsdrang van de sterken ten opzichte van de zwakken en de weerlozen. De belichaming van het onrecht in de wereld. De mentaliteit van ‘ik eerst’, die altijd ten koste gaat van anderen. Een mentaliteit die nog altijd springlevend is. ‘America first…’ – wie hoor ik dat toch geregeld trompetteren? Ook al zou ik de Amerikaanse president geen fascist willen noemen, wél deelt hij met veel populistische leiders en politici van dit moment – ook in ons eigen land – de verheerlijking van het eigene, het sterkere, de minachting van de zwakkeren en vreemdelingen en de veroordeling van alles wat anders is. Je kunt maar beter de grenzen sluiten voor al het kwaad dat van buiten komt. Er spreekt een mentaliteit uit van vooroordelen waarmee je de ander automatisch als minder acht dan jezelf. En dat is púúr Amalekietendom: jezelf meer waard voelen door een ander als minderwaardig voor te stellen. ‘De strijd van de Heer zal tegen Amalek zijn, van generatie op generatie, zo staat hier in Exodus te lezen.’ Steeds weer is Amalek erop uit om Israël met zijn godsdienst vol aandacht en zorg voor wat zwak en gering en niet in tel is, uit te roeien en zo Israëls God het zwijgen op te leggen. Niet dat dat zal lukken, maar hij zal het blijven proberen. Bij Amalek moeten wij dan ook niet zozeer denken aan een concreet, historisch volk, maar aan een mentaliteit, een manier van denken die macht en kracht en geweld verheerlijkt ten koste van al wat niet mee kan komen of niet is zoals wij.

Tegen dát Amalek heeft Israël in de woestijn te strijden. Maar hoe voer je die strijd? In ieder geval niet door je te bedienen van dezelfde methoden. Wie het onrecht wil bestrijden, moet ervoor zorgen zélf hoe dan ook rechtvaardig te blijven, het recht hoog te houden en niet in de val van zijn tegenstander te stappen. Mozes krijgt de opdracht met zijn staf op een naburige heuvel te gaan staan. Dezelfde staf die in heel het Exodusverhaal zo’n grote rol speelt en Gods daden van bevrijding symboliseert. De goddelijke maatstaf, om het zo eens te zeggen. De rechtvaardige maat, waarmee wij allen gemeten worden. In dat licht moeten we het verhaal lezen over de strijd die Jozua, wiens naam overigens betekent: de Heer bevrijdt, voert tegen de Amalekieten. Behalve aan het slot, lezen we verder niets over allerlei strijdmiddelen. Alle nadruk valt op de heuvel waar Mozes staat met zijn staf in de hand. Die goddelijke maatstaf ven het recht moet hij hoog houden. En als zijn handen zwaar worden, wordt er een steen onder gelegd. Maar ook Aäron en Hur, de priesters die Mozes vergezellen, ondersteunen zijn handen.
Een prachtig beeld is het: die priesters op de heuvel, dienaars van God en mensen, samen bezig om de goddelijke maatstaf hoog te houden. En dan staat er: ‘zo bleven zijn handen gelovig vertrouwen’. Niet: ‘zo bleven zijn handen onbeweeglijk’, of iets wat daarop lijkt, zoals de meeste vertalingen luiden. Want réken maar dat die handen gebeefd en getrild zullen hebben in het heetst van de strijd. Nee, letterlijk staat er in het Hebreeuws: ‘zijn handen bleven gelovig vertrouwen’. Want alleen op die manier, door de staf van het goddelijk recht hoog te houden, kon en kan Amalek in deze wereld eronder worden gehouden. De goddeloosheid van het geweld en de vernietiging van wie weerloos zijn wordt slechts weerstaan door het geloof, in Israël gewekt en gegroeid, dat God nooit aan de kant kan staan van wie zich vergrijpt aan wat klein en zwak is, maar uitsluitend aan de kant van wie het zwakke behoedt. ‘Het geknakte riet zal hij niet breken en de kwijnende vlaspit zal hij niet doven’, klinkt het dwars tegen alle brallers en branieschoppers in.

Dat is de boodschap van dit korte verhaal over de strijd tegen de Amalekieten. Wie straks als een vrij mens wil leven in het land van belofte, moet weten wie die vrijheid bedreigen. Daarom richten wij onze gedenktekens op, als een herinnering aan het kwaad waarvan wij in deze dagen herdenken en vieren dat wij er 75 jaar geleden van zijn bevrijd. Maar ook als een oproep om waakzaam te blijven. Want de vrijheid is broos. Amalek is nog altijd onder ons. In alle tijden gaat er van hem een fascinatie uit waar velen niet ongevoelig voor zijn. Het oprukkend populisme in onze tijd is een teken aan de wand. Daarom ook richt Mozes op de heuvel waar het recht zegevierde, een altaar op. Want juist op de plek waar Amalek toeslaat, moet de naam van de Heer worden uitgeroepen en zal men eraan herinnerd dienen te worden dat er voor Amalek in het beloofde land, in de wereld van Gods vrijheid, geen plek is. En net zoals de priesters Mozes, Aäron en Hur de goddelijke maatstaf hoog hielden in de strijd, worden ook wij opgeroepen om heilig te leven. De apostel Petrus schrijft: ‘u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.'’
Woorden die ons moed willen inspreken om de weg van de gerechtigheid te blijven gaan, als het moet tégen alles en iedereen in. Door alle tijden heen zijn er mensen nodig die de goddelijke maatstaf van het recht hoog houden. Mensen die een steen durven zijn waarover men struikelt en een rotsblok waaraan men zich stoot, in een wereld die steeds meer uit elkaar valt en zich laat leiden door kortzichtig eigenbelang. Alleen in de navolging van hem die zélf in dienst van zijn Vader een steen is geworden waarover men struikelt en een rotsblok waaraan men zich stoot, kan de mentaliteit van Amalek effectief worden bestreden.

Amen.


Inloggen

Login met uw gebruikersnaam en wachtwoord.
Nog geen account? Klik op registreer.

Copyright © 2020 PKN Anloo - Zuidlaren