• Start
  • Preken
  • Magnuskerk - da. H.E. de Boer

13 oktober 2019

lezing: 2 Samuël 1

overweging

‘Een goed verhaal’ is het jaarthema waar we ons in dit seizoen mee bezig zullen houden. En wat dat betreft past de verhalenreeks uit Samuël, waar we nu al een poosje uit lezen, naadloos bij het thema. Vandaag sluiten we deze reeks af met het verhaal over de dood van Saul. Het zijn goede verhalen, de verhalen rondom Saul en David. Ze zijn meeslepend, spannend en beeldend. Het zijn verhalen die blijven hangen.

Maar het zijn ook wel lastige verhalen. In de eerste plaats omdat er nogal wat geweld aan te pas komt. Er zijn verschillende scènes die ons de wenkbrauwen laten fronsen: moet dat nu werkelijk zo? Zouden we dat in onze tijd niet heel anders doen? Of verbeelden we ons dat maar, dat we het in onze tijd beter zouden oplossen?

Soms krijg je het gevoel dat de verhalen ver van ons af staan, dat de wereld waarin deze verhalen zijn geschreven niet te vergelijken is met de onze. Maar er zijn ook momenten dat de verhalen tijdloos lijken, dat de hoofdrolspelers dingen doen die van alle tijden zijn, waardoor we ons in hen kunnen verplaatsen.

De verhalen in Samuël zijn ook lastig omdat het niet altijd zo duidelijk is welke rol God in het verhaal speelt. Het lijkt wel alsof Gods rol gaandeweg de boeken Samuël meer en meer naar de achtergrond verdwijnt. In het begin wordt ons verteld hoe Samuël rechtstreeks contact had met God: tot driemaal toe hoort Samuël zijn naam roepen en wordt hem te verstaan gegeven dat hij de rol van profeet op zich moet nemen. Bij Samuel is God nog heel direct betrokken, Hij fluistert dingen in, Hij wijst mensen aan, Hij bepaalt de loop van de gebeurtenissen, maar na de zalving van David is God niet meer actief aanwezig, alsof hij zich heeft teruggetrokken en nu als toeschouwer wil zien hoe die mensen van hem zich redden. Naarmate de verhalen over Saul, David en Jonathan zich verder ontvouwen, is het net alsof God de grote afwezige is. Het is net alsof Hij van alles op gang geeft gebracht in de levens van Saul, van David, en van Jonathan en hen het vervolgens zelf laat uitzoeken.

Alle drie nemen Saul, David en Jonathan de naam van de Ene in de mond. Ze vertrouwen op Gods aanwezigheid, ervaren daar misschien af en toe wat van, zoeken met vallen en opstaan hun weg in Zijn spoor, maar hoe precies, daarin zijn ze op zichzelf aangewezen.

Wat moet David nu eigenlijk met zijn zalving, terwijl hij nog steeds Saul als de gezalfde koning dient? Wat moet Jonathan met de trouw aan zijn vader en zijn positie als kroonprins, terwijl hij ook vriend is geworden van David en daarin ook iets van God vermoedt?

En wat moet Saul? Saul lijkt helemaal van God verlaten. Is zijn koningschap niet vanaf het begin tot mislukking gedoemd?

Het is niet altijd een twee drie duidelijk wat wij met deze verhalen aan moeten. Ze vertellen ons niet klip en klaar waar God zich vinden laat in deze wereld. Veel meer laten ze ons het menselijk geworstel zien om iets van God te ontdekken in deze wereld. Maar misschien is dat wel juist wat deze verhalen zo waardevol maakt. Omdat dat ook heel herkenbaar is. Dat God zich niet onmiddellijk vinden laat, dat Hij soms verborgen lijkt. Dat de menselijke werkelijkheid rommelig is, dat goed en kwaad vaak door elkaar liggen. In ons persoonlijk leven is dat zo, maar ook in het groot, in de politiek. Hoe kan ons geloof richting geven aan de dingen die we doen, aan de relaties die we aangaan, aan de keuzes die we maken? Het blijft zoeken en tasten naar hoe we iets van God zichtbaar kunnen maken.

Het is de kracht van deze verhalen dat ze laten zien dat de wereld niet zwart wit is, maar dat het ingewikkelder ligt, dat mensen met elkaar verweven zijn, dat het goede zich niet altijd eenvoudig vinden laat. Het maakt ze boeiender dan welke Hollywoodfilm dan ook. Want er is in deze verhalen veel meer te beleven dan in het simpele schema van held en antiheld, en de goede afloop.

Juist in de verhalen die de overgang van Saul naar David markeren, wordt dat heel duidelijk. Stel nu eens dat dit een Hollywoodfilm geweest was. Dan waren we nu allemaal opgelucht omdat Saul eindelijk dood is. De tegenstander gedood, de held aan de macht. Dan was het in het verhaal van de troonsbestijging van David groot feest geweest: hoera, een nieuwe koning, eindelijk weer orde en recht in het land. Maar zo’n schone en nette breuk zit er niet tussen het koningschap van Saul en het koningschap van David. Het is net alsof die twee voortdurend met elkaar verstrengeld blijven. Alsof ze nooit helemaal los van elkaar komen, zelfs niet nu Saul dood is, en Jonathan met hem. Als David bericht krijgt van Sauls dood, staat hij zeker niet te juichen. Ook al kunnen we ons er alles bij voorstellen, dat er ook een last van hem afgevallen moet zijn. Maar dat is niet het gevoel, dat op de voorgrond staat.

Het is trouwens een merkwaardig verhaal, dat van de boodschapper die David het slechte nieuws brengt. Want het is niet voor het eerst dat wij als lezers horen van de dood van Saul. Het slot van het eerste boek Samuël (31) vertelt dat Saul een nederlaag had geleden tegen de Filsitijnen, en dat hij aan zijn wapendrager vraagt om hem te doden. Als deze jonge man dat weigert, slaat Saul de hand aan zichzelf, waarop de jongen hem in de dood volgt. Een gruwelijk verhaal. Maar dan komt (in het eerste hoofdstuk van 2 Samuël) deze boodschapper, een Amalekiet, aan David vertellen dat hij zelf Saul de genadestoot gegeven heeft, op verzoek van Saul. Hij lijkt er nog trots op te zijn ook, en hij verwacht kennelijk van David dat die hem een compliment zal geven. Gek dat dit verhaal twee keer verteld wordt. Het doet je vermoeden dat deze boodschapper een mooi verhaal uit zijn duim gezogen heeft. Is het een opportunist, deze Amalekiet, dat hij zijn heil zoekt bij de overwinnaar, en bij David in een goed blaadje wil komen staan?

In dat geval heeft hij wel heel verkeerd gerekend! Want David zal korte metten met hem maken en hem ter plekke laten doden.

Een wrede manier van doen, die we niet direct van David zouden verwachten. Om daar iets van te begrijpen (niet per se om het goed te praten) moeten we iets meer weten van wat dat woord Amalekiet of Amalek wakker maakte in de geschiedenis van Israël. Misschien kun je het vergelijken met het woord nazi, of IS in onze tijd. Het is niet zomaar de naam van een willekeurig volk, maar als dat woord ‘Amalek’ valt, gaat het over het kwaad zelf. Het is eerder een symbolische aanwijzing dan een historisch gegeven. Als het volk Israël door de woestijn trekt, worden ze door Amalek in de rug aangevallen: daar waar de oude mensen gaan, de kreupelen en de zieken, de moeders met de kleine kinderen. Amalek is de belichaming van het onrecht in de wereld, een ideologie die bevrijding de kop in wil drukken, die uit is op vernietiging en geweld. Sauls ondergang is begonnen, toen hij weigerde om de koning van Amalek te doden, om het kwaad met wortel en tak uit te roeien. Vanaf dat moment besloot God dat het tijd werd voor een andere koning en koos hij voor David.

Als David dan bericht krijgt van de dood van Saul, als de boodschapper hem laat weten dat Saul is omgekomen na de strijd met de Filistijnen – nog een andere plaaggeest van het volk Israël – dan heeft hij net een overwinning behaald op uitgerekend: Amalek. Dat is niet toevallig. En het is ook niet toevallig dat het net een Amalekiet is die een smeuïg verhaal komt opdissen over hoe Saul aan zijn einde is gekomen, en die denkt dat hij daarmee een goede beurt maakt bij David, de aanstaande koning. Amalek verwacht dat David denkt: opgeruimd staat netjes. En misschien is die gedachte ook ergens wel bij hem opgekomen. Maar toch overwint David de Amalek in zichzelf door te rouwen om Saul.

En dan klinkt dat prachtige, kwetsbare lied, waarin David zijn verdriet de vrije loop laat: Hoe zijn de helden gevallen?

Saul en Jonatan,

de geliefden en beminden,

bij leven niet te scheiden,

en onafscheidelijk verbonden in de dood.

Sneller dan een arend waren ze,

en sterker dan een leeuw.

dochters van Israël, treur om Saul!

Rijk bewerkt scharlaken gaf hij je te dragen,

door hem werd je getooid met sieraden van goud.

Ach, dat de helden in de oorlog moesten vallen!

Een rouwklacht over iemand, die hem toch meerdere keren naar het leven gestaan heeft, die jaloers op hem was, hem haatte omdat David alles was wat hij had willen zijn. En toch noemt David Saul een held. Toch eert hij hem om wie hij óók was: een gezalfde van God, iemand die het geprobeerd heeft, maar in al zijn menselijkheid gestruikeld is en gevallen.

Lange tijd hebben de twee gezalfden, Saul en David, om elkaar heen gedraaid, elkaar bestreden, elkaar bijna gedood. Saul heeft steeds de schaduw van David om zich heen moeten verdagen. Maar nu Saul dood is, is het net alsof David voortdurend blijft regeren in de schaduw van Saul.

Wat wil ons dat zeggen, dat de draden tussen Saul en David zich zo moeilijk uit elkaar laten halen? Kennelijk is in deze verhalen geen sprake van een simpele strijd tussen goed en kwaad, tussen puur slechte en puur goede mensen. Kennelijk komt het erop neer dat het ware koningschap in Israël gestalte krijgt in David èn Saul, in stem en tegenstem, in vallen en opstaan. De verhalen waar we nu mee bezig zijn, zijn niet zo geïnteresseerd in een speurtocht naar de volmaakte mens, die alles goed doet. Maar wel speuren zij in die menselijke, al te menselijke levens naar die gestalte van messiaans handelen die de geschiedenis van God met de  mensen kan dragen, zelfs door het falen heen.

Simpeler gezegd: het gaat in de bijbel niet over louter goede en louter slechte mensen. Het gaat over mensen die – als mens – hun plaats innemen in Gods geschiedenis.

De koning naar Gods hart, de messiaanse koning is voluit mens. Met al zijn fouten en gebreken. Zo wordt David ons ook getekend. Dan weer als een kwetsbaar en gevoelig man, die huilt om het sterven van zijn vriend en zelfs van zijn vijand. Dan weer als een koele en berekenende strateeg, die soms zelfs ronduit wrede trekjes heeft. Die je manipuleert waar je bij staat. Ten voeten uit: mens.

En als mens is hij de geliefde, Dawid betekent geliefde. Geliefd door mensen, maar ook: de door God geliefde, de koning naar Gods hart.

Je hoeft dus geen perfecte mens te zijn, voordat God je liefheeft. Je hoeft niet in alle opzichten volmaakt te zijn, om je plek te mogen in nemen in Gods geschiedenis met mensen. Maar je mag je er met vallen en opstaan voor inzetten om de weg van de Heer te bereiden. Want God wil zijn werk met mensen doen.


Inloggen

Login met uw gebruikersnaam en wachtwoord.
Nog geen account? Klik op registreer.

Copyright © 2019 PKN Anloo - Zuidlaren